Werkwoorden vervoegen
Werkwoorden worden vervoegd naar tijd, hieronder staan de tijden:
* Onvoltooid tegenwoordige tijd (presens)
* Voltooid tegenwoordige tijd (perfectum)
* Onvoltooid verleden tijd (imperfectum)
* Voltooid verleden tijd (plusquamperfectum)
* Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (futurum simplex)
* Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (futurum exactum)
* Onvoltooid verleden toekomende tijd (futurum praeteriti)
* Voltooid verleden toekomende tijd (futurum exactum praeteriti)
Related posts
- Boven zijn stand leven.
- Den armen gegeven is God geleend.
- Bij eigen zin is geen gewin.
- Dat zijn Castor en Pollux.
- De slagtanden zijn hem uitgebroken.
- Dat komt mijn eer te na.
- De bolworm steekt hem weer.
- Dat zijn twee koetsiers op één dak.
- De laatste loodjes wegen het zwaarst.
- Dat is de ware pisang.


