Archive for the ‘Geschiedenis’ Category
Geschiedenis
Geschiedenis houdt zich bezig met het beschrijven van gebeurtenissen in het verleden. De geschiedenis wordt ingedeeld in 10 tijdvakken:
- Tijd van jagers en boeren (~prehistorie): tot 3000 v.Chr.
- Tijd van Grieken en Romeinen (~oudheid): 3000 v.Chr. tot 500
- Tijd van monniken en ridders (~vroege middeleeuwen): 500-1000
- Tijd van steden en staten (~hoge en late middeleeuwen): 1000-1500
- Tijd van ontdekkers en hervormers (~renaissance/reformatie: 1500-1600
- Tijd van regenten en vorsten (~Gouden Eeuw): 1600-1700
- Tijd van pruiken en revoluties (~verlichting): 1700-1800
- Tijd van burgers en stoommachines (~industrialisatie): 1800-1900
- Tijd van de wereldoorlogen (eerste helft twintigste eeuw): 1900-1950
- Tijd van televisie en computer (tweede helft twintigste eeuw): 1950-nu
De tijd van de jagers en de boeren
De tijd van de jagers en de boeren wordt ook wel de prehistorie genoemd en loopt tot 3000 jaar voor Christus.
Onderwerpen:
- Hoe leefden de jagers.
- Hoe ontstaat de landbouw .
- Hoe ontstonden de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijd van Grieken en Romeinen
De tijd van Grieken en Romeinen wordt ook wel de oudheid genoemd en loopt van 3000 voor Christus tot 500 na Christus.
Onderwerpen:
- De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
- De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
- De groei van het Romeinse Rijk waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
- De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
- De ontwikkeling van het christendom en jodendom als eerste monotheïstische godsdiensten.
Tijd van monniken en ridders
De tijd van monniken en ridders wordt ook wel de vroege middeleeuwen genoemd en loopt van 500-1000 na Christus.
Onderwerpen:
- Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
- De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
- Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
- De verspreiding van het christendom in heel Europa.
Tijd van steden en staten
De tijd van steden en staten wordt ook wel de hoge en late middeleeuwen genoemd en loopt van 1000-1500.
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
- Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke of de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.
- De uitbreiding van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.
- Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijd van ontdekkers en hervormers
De tijd van ontdekkers en hervormers wordt ook wel de renaissance/reformatie genoemd en loopt van 1500 tot 1600.
Onderwerpen:
- Het begin van de Europese overzeese expansie.
- Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
- De hernieuwde interesse voor de klassieke oudheid.
- De protestantse reformatie en splitsing van de christelijke kerk in West-Europa.
- De Opstand in de Nederlanden en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.
Tijd van regenten en vorsten
De tijd van regenten en vorsten wordt ook wel de Gouden Eeuw genoemd en loopt van 1600 tot 1700.
Onderwerpen:
- Het streven van vorsten naar absolute macht.
- Het burgerlijk bestuur en de stedelijke cultuur in de Nederlandse Republiek.
- Het ontstaan van handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
- De wetenschappelijke revolutie.
Tijd van pruiken en revoluties
De tijd van pruiken en revoluties wordt ook wel de verlichting genoemd en loopt van 1700 tot 1800.
Onderwerpen:
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
- Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
- Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
- De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
Tijd van burgers en stoommachines
De tijd van burgers en stoommachines wordt ook wel de industrialisatie genoemd en loopt van 1800 tot 1900.
- De industriële revolutie en het ontstaan van een industriële samenleving in de westerse wereld.
- Discussies over de ‘sociale kwestie’.
- Het modern imperialisme dat verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- Verdergaande democratisering; steeds meer mannen en vrouwen nemen deel aan de politiek.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.
Tijd van de wereldoorlogen
De tijd van de wereldoorlogen is de eerste helft twintigste eeuw en loopt dus van 1900 tot 1950.
Onderwerpen:
- De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massa-organisatie.
- De totalitaire politieke systemen: communisme en nationaalsocialisme (fascisme).
- De economische wereldcrisis.
- Het voeren van twee wereldoorlogen.
- Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de Joden (Holocaust).
- De Duitse bezetting van Nederland.
- Niet eerder vertoonde verwoestingen door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
- Opkomst van verzet in de koloniën tegen het West-Europese imperialisme.